Wmo en de gevolgen voor vrijwilligers van de UVV: een verkenning

Er wordt veel geschreven over de WMO en de overheveling van AWBZ-onderdelen naar de gemeenten. Wat speelt er en welke gevolgen kan het hebben voor het vrijwilligerswerk van de UVV?

Taken overhevelen naar gemeenten
De Wet Maatschappelijke ondersteuning voorziet in de overheveling van AWBZ-onderdelen [rijkstaak] naar de gemeenten. De achterliggende gedachte is dat gemeenten beter én efficiënter taken kunnen uitvoeren die verband houden met zorg- en dienstverlening, omdat zij dichterbij de bevolking staan.

Participatie
Het is een participatiewet. Dat betekent dat iedereen moet kunnen participeren in het maatschappelijk leven, ondanks eventuele beperkingen. Dat kunnen beperkingen zijn van fysieke, maar ook van psychische aard. Het betekent ook dat er niet alleen maar rechten zijn, zoals in de AWBZ beschreven was, maar ook plichten van de ‘zorgvrager’. Met andere woorden, dat alles wat iemand zelf nog kan of kan betalen of organiseren, niet van de overheid/de belastingbetaler gevraagd mag worden.

Zelfredzaamheid
Ervaren bezwaren moet iemand zelf oplossen, in en met zijn omgeving. Bijvoorbeeld door ondersteuning te zoeken bij familie, mantelzorgers, vrijwilligers en pas in laatste instantie bij de overheid. Deze verandering vraagt een andere organisatie en een andere rol van de gemeentelijke overheid, van bestuurders en ambtenaren. Maar vraagt  ook veel van uitvoerende welzijns- en zorgorganisaties. En, last but not least, heeft het gevolgen voor mantelzorgers en vrijwilligers.

Gevolgen voor de gemeenten
Wat betekent dit voor de gemeentelijke overheid? Voor het eerst krijgt de gemeente de regie over taken die voorheen bijna exclusief door andere overheden werden geregeld, zoals provincies en rijk. Een hele omschakeling in denken en verantwoordelijkheden. De gemeenten moeten nu, voor eigen rekening en risico, de zorg en dienstverlening zelf gaan regelen. De overheveling van taken gaat bovendien vaak gepaard met forse efficiencykortingen. Ook het denken van ambtenaren moet radicaal anders worden: zij moeten cliënten leren participeren. Rechten en plichten gaan als het ware gelijk op.

Het is dus niet van: ”Ik heb wat, wat krijg ik?” Maar eerder: “Ik heb wat, hoe organiseren we dat ik [weer] mee kan doen?” Dat proces van anders denken, anders hulp verlenen wordt wel De Kanteling genoemd. Het betekent dus niet alleen veel voor de uitvoerenden, maar voor de cliënten. Het is als het ware een dubbeltaak voor ambtenaren: zelf anders werken én de klanten opvoeden.

Gevolgen voor vrijwilligers
Dan de vrijwilligers. Wat zijn voor de UVV in het oog springende gevolgen van de nieuwe wetgeving? Aan de positieve kant is te zeggen dat vrijwilligers een ‘status’ krijgen in het wettelijk kader: er wordt formeel een beroep gedaan op hun inzet. Naast mantelzorgers en professionele zorg zijn vrijwilligers hulpverleners op wie een beroep gedaan kan en mag worden. Voor verzorgingshuizen betekent het bijvoorbeeld dat de mensen met een [CIZ] indicatie 1,2 of 3 geen toegang meer hebben tot intramurale zorg. Zij moeten thuis blijven wonen. De licht-verzorgingsbehoeftige oudere zullen we dus niet [meer] in het verzorgingshuis tegenkomen. De belangrijke, zij het tamelijk eenvoudige werkzaamheden die veel vrijwilligers in het verzorgingshuis doen als koffie schenken, spelletjes doen en de maaltijd in het restaurant rondbrengen, zullen dus voor het overgrote deel vervallen. Voor verzorgingshuis en verpleeghuis blijft alleen de intensieve en gespecialiseerde zorg over. De vrijwilligers die daar blijven werken zullen naar verwachting wel door die instellingen geschoold moeten worden [als de UVV hen daarin niet, in samenspraak met de koepels, voor is!].

Ondersteuning thuis
Een andere kant van de wetsveranderingen is dus dat veel meer ouderen thuis blijven. Een zwaarder beroep zal worden gedaan op ‘de sociale omgeving’, de buurt, de mantelzorgers en vrijwilligers. Er zullen dus minder vrijwilligers in instellingen werken en meer in de thuissituatie. Dat gaat wel een stuk verder dan ‘vriendschappelijk huisbezoek’. Vrijwilligers moeten leren samen te werken met mantelzorgers en professionals in een één-op-één relatie. Zij gaan waarschijnlijk niet meer in een eigen clubje van vrijwilligers werken in een instelling, maar meer gericht hun eigen deel van de zorg doen.

Coachen, ondersteunen en opleiden van vrijwilligers
Dat zal ook op de coördinatoren/projectleiders een ander beroep doen: het zullen meer coaches moeten worden die vrijwilligers ‘volgen en ondersteunen’ om te zien of zij het wel bolwerken en geen grenzen overgaan. Het gaat om het bewaken van de eigen grenzen zijn, maar ook de grenzen tussen vrijwilligerszorg en de professionele zorg. Dit alles vraagt bezinning op de plaats en positie van de UVV-ers, bezinning op de behoefte en noodzaak voor opleiding/training van vrijwilligers en dus ook bezinning op de wijze van organiseren van de groep vrijwilligers en de rol van de coördinatoren hierin.

Please follow and like us:

2 Comments

  1. Els Hakvoort op 9 januari 2014 om 14:18

    Is er een maximum leeftijd om vrijwilliger te worden? vr.groet E.Hakvoort

    • Tom de Graaff op 10 januari 2014 om 10:09

      Geachte mevrouw Hakvoort,
      Dank voor uw bericht. E.e.a. hangt geheel af van het beleid van de desbetreffende UVV afdeling en van het beleid van het ziekenhuis of van het verzorgingstehuis. Deze hanteren ieder voort zich eigen leeftijdsnormen. Het beste is om rechtstreeks contact met de UVV afdeling op te nemen. Adres en telefoonnummers vindt u onder https://www.uvvnet.nl –> contact.
      Vriendelijke groet,
      Tom de Graaff
      secretaris UVV Nederland

Laat een reactie achter