Els Berman praat UVV bij over ontwikkelingen in Zorg en Welzijn

Mevrouw Els Berman, directeur van de NOV (Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk, www.nov.nl) hield tijdens de ALV van UVV Nederland op 26 november 2013 een inleiding over de veranderingen in de Wmo. Wat staat er te gebeuren? Wat betekent het voor gemeenten en vrijwilligersorganisaties? Welke vragen komen op de Unie van Vrijwilligers af?

IMG-20131127-WA0002

Versterking positie vrijwilligers
Vereniging NOV treedt op als woordvoerder en lobbyist van het vrijwilligerswerk en is gesprekspartner van politiek, overheid en andere beleidsbeïnvloeders. De positie van vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties is in wetgeving vaak mager vertegenwoordigd, de NOV komt voor de belangen van vrijwilligersorganisaties op. UVV Nederland is een actief lid van het LOVZ [Landelijk Overleg Vrijwilligers Organisaties in de Zorg], een netwerk binnen NOV dat een belangrijke rol speelt in meningsvorming en de belangenbehartiging in de sector zorg en welzijn.

Participatiemaatschappij
Waar de NOV nu vooral mee te maken heeft is de zich terugtrekkende overheid wat moet resulteren in een participatie samenleving waarin meer ruimte komt voor particulier initiatief. In dat kader hebben we te maken met de participatiewet, de decentralisatie van de jeugdzorg en de veranderingen in de AWBZ/Wmo. Eigenlijk is de oproep om een participatiesamenleving te worden een belediging, vindt Els Berman, want burgers zijn al op vele fronten acties. In Nederland doet 44% van de bevolking al vrijwilligerswerk waarvan alleen al meer dan 450.000 vrijwilligers in de sector zorg en welzijn werkzaam zijn voor gemiddeld vier uur per week. In de mantelzorg zijn drie miljoen Nederlanders actief. Vertaald naar euro’s bedraagt deze bijdrage vele miljarden.

Oppassen voor imagoschade
Er gaat met de voorgestelde veranderingen meer verantwoordelijkheid naar de burger waarbij de landelijke overheid taken overdraagt aan de gemeenten. Wat zorgen baart is de ontwerpparticipatiewet waarin activering van uitkeringsgerechtigden centraal staat. Staatssecretaris Kleinsma gebruikt de ontwerpwet nu om uitkeringsgerechtigden te verplichten vrijwilligerswerk te doen op straffe van een korting op hun uitkering. De NOV verzet zich hiertegen. Verplicht vrijwilligerswerk schaadt het imago van het vrijwilligerswerk. “Vrijwilligerswerk is niet vrijblijvend, dat is ook te zien aan de missie van de UVV, de `Unie van Vrijwilligers gaat uit van flexibiliteit, kwaliteit en betrouwbaarheid’. Maar verplichtend is het nooit. Alle vormen van geleid vrijwilligerswerk hebben potentieel iets in zich van imago beschadiging”.

Ontwikkelingen in Zorg en Welzijn
De belangrijkste verandering in de zorg is de hervorming van de langdurige zorg; de decentralisatie van de AWBZ/Wmo naar de gemeenten. In de nieuwe Wmo wordt de burger verantwoordelijk voor het organiseren van zijn eigen zorg. Doel is het versterken van de zelfredzaamheid. De wet moet per 1 januari 2015 van kracht worden. Gemeenten zouden in januari 2014 al met de aanbestedingen moeten gaan beginnen, terwijl de exacte inhoud van de wet nog niet bekend is en de budgeten nog niet zijn vastgesteld. Er zal een enorme tijdsdruk ontstaan bij gemeenten om alles georganiseerd te krijgen.

IMG-20131127-WA0006

Eigen kracht
Gemeenten krijgen in de nieuwe wet de taak om zelfredzaamheid te bevorderen en de participatie van kwetsbare mensen in de samenleving te vergroten. De gemeente kan daarbij algemene voorzieningen bieden maar ook maatwerkvoorzieningen. Maar burgers kunnen daar alleen aanspraak op maken als zij die voorzieningen niet op eigen kracht (met behulp van mantelzorgers en vrijwilligers) kunnen organiseren. De gemeente bepaalt de “eigen kracht” van mensen –bij de maatwerkvoorzieningen- in de zogenaamde keukentafel gesprekken. De mantelzorger en de hulpvrager worden daarbij als één partij gezien

Beleidsplan en verordening
De gemeente draagt zorg voor de toegankelijkheid (de kwaliteit en kwantiteit) van de voorzieningen. Gemeenten moeten een beleidsplan maken met aandacht voor het bevorderen van de sociale samenhang, ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers (deskundigheidsbevordering), preventiebeleid en algemene voorzieningen en maatwerk voorzieningen. Budget en kwaliteit worden in een verordening vast gelegd. Iedere gemeente kan dat naar eigen inzicht invullen. Berman: “Dat kan mogelijk problemen geven, omdat het landelijk gezien tot onaanvaardbare ongelijkheid voor burgers kan leiden”.

Positiebepaling UVV afdelingen
De formele zorg wordt versoberd, instellingen gaan sluiten, mensen blijven langer thuiswonen en de professionals komt zo veel mogelijk bij de mensen thuis. De mantelzorg wordt een partij waar zowel de formele zorg als de vrijwilligers mee samenwerken. Vrijwilligersorganisaties moeten hun positie bepalen, gaan zij mee met de professional/formele zorg naar de mensen thuis? Of biedt je een eigen aanbod in de wijk, dichter op de mantelzorg? Hoe werk je samen met andere vrijwilligersorganisaties? Op welke manier ga je je eigen vrijwilligers begeleiden? Waar liggen de grenzen van het vrijwilligerswerk? Hoe ga je om met geleide vrijwilligers?

Nieuwe initiatieven van UVV afdelingen
UVV Enkhuizen is betrokken bij een project “Stop de eenzaamheid Enkhuizen”, gericht op 1900 eenzame mensen in de gemeente. Het project wordt vormgegeven door verschillende organisaties samen, de UVV is een van de kartrekkers. Ook Nijkerk en veel kleinere UVV afdelingen hebben veel ervaring met het organiseren van activiteiten op het gebied van welzijn buiten de instellingen.

Ook UVV afdelingen die voornamelijk in zorginstellingen werken zijn bezig om nieuwe projecten te ontwikkelen die meer extramuraal gericht zijn. Voorbeelden zijn ‘Opname u staat er niet alleen voor’ in Nieuwegein, ‘Weer samen op weg’ in Rotterdam en ‘Begeleiding na ontslag’ in Amsterdam. Hierbij worden bijvoorbeeld kwetsbare mensen en hun partner ondersteund door vrijwilligers voorafgaand of na afloop van een ziekenhuisopname.

Advies aan de UVV afdelingen
Els Berman sluit af met de constatering dat het beroep op vrijwilligers zal toenemen en dat het steeds belangrijker wordt dat onze vrijwilligers niet alleen met zorg worden geïdentificeerd maar ook met welzijn. Vastgesteld is dat er langs andere wegen ook vrijwilligers komen waarvan UVV zich moet afvragen of wij die wel kunnen/willen begeleiden. Die vragen en andere vragen komen op de agenda van de plaatselijke UVV afdelingen; zij moeten een keuze maken. Het draait in veel gevallen niet om intramurale zorg maar juist om extramurale zorg. In plaatsen met veel vrijwilligersorganisaties is samenwerking met andere organisaties van belang, bijvoorbeeld in maatjes-projecten. Het is zaak om er snel bij te zijn als die gelegenheid zich voordoet. Aan de UVV afdelingen heeft zij tenslotte het volgende advies: “Laat je horen bij de gemeente. Het zal je verbazen, maar ze weten vaak niet welke vrijwilligersorganisaties actief zijn in hun gemeente”.

IMG-20131127-WA0009

 

Please follow and like us:

Laat een reactie achter